Stress is gezond. Maar dan moeten de eisen die iemand aan zichzelf stelt niet hoger zijn dan hij aan kan. Burn-out is het eindstadium van langdurige roofbouw op lichaam en geest, meestal door een combinatie van werk- en privéproblemen.

Iemand die een burn-out heeft, heeft vaak heel weinig energie en meestal lukt het niet meer om activiteiten te ondernemen. Mensen met burn-outklachten zijn uitgeput, kunnen vaak niet meer werken en hebben vaak geen energie meer voor hun sociale contacten. Zelfs de eenvoudige dagelijkse dingen, zoals boodschappen doen, eten en slapen, kunnen als moeilijk worden ervaren. Verder zijn mensen met burn-outklachten vaak gespannen, prikkelbaar, somber en moedeloos en de gedachten blijven maar doormalen. Alle gebeurtenissen, vooral de minder plezierige, komen hard aan en de weerstand is gering.

Burn-out is een stoornis die gekenmerkt wordt door gevoelens van uitputting van lichaam, geest en ziel. Deze gevoelens komen vaak na een periode van extreme stress, of na (vervelende) gebeurtenissen die kort na elkaar plaatsvonden, zonder dat er sprake was van een fase van herstel.

Het kenmerkende verschil tussen burn-out en stress is dat men zich bij stress sneller kan herstellen en weer in balans komt. De verschijnselen van een burn-out blijven en dus is de balans moeilijk of niet terug te vinden. Burn-out ontstaat meestal door een opeenstapeling van stressoren en frustraties over een lange termijn (meestal jaren).

Uit cijfers van het CBS blijkt dat 1 op de 10 werknemers in Nederland last heeft van burn-outklachten. Vrouwen en mannen hebben er ongeveer even vaak last van. Mensen met een sociaal beroep, zoals leerkrachten en verpleegkundigen, zijn het meest kwetsbaar voor burn-out. Mensen die in de buitenlucht werken, lopen de minste kans om opgebrand te raken.