Burn-out is een psychologische term voor het gevoel opgebrand te zijn, geen energie of motivatie meer te vinden voor de bezigheden op met name het werk. Een burn-out wordt gewoonlijk vastgesteld op basis van drie zaken: emotionele uitputting, depersonalisatie en verminderde persoonlijke prestatie.

Iemand die een burn-out heeft, heeft jarenlang roofbouw gepleegd op zijn lichaam en geest. Een lange tijd van overbelasting, frustraties en stress (vooral door werk, soms in combinatie met de thuissituatie) eist op dat moment zijn tol: iemand raakt zo uitgeblust dat rust niet genoeg is om weer in balans te komen. Een burn-out groeit geleidelijk, maar de persoon ziet de voortekenen pas als het te laat is. Hij merkt dat hij uitgeput is op het moment dat hij 'opeens' niks meer kan.

Symptomen van burn-out zijn:

  • Emotionele uitputting en ongewone vermoeidheid.
  • Verminderde prestaties, meer fouten maken en het uit de weg gaan van verantwoordelijkheden.
  • Wisselende houding op het werk met verhoogde strijdlust en vermindering van interesse en motivatie.
  • Problemen in communicatie met collegae en relaties, onvermogen om evenwichtig met emoties om te gaan. Soms een koude en cynische houding.
  • Verhoogd ziekteverzuim, te laat op het werk verschijnen, elders (willen) solliciteren.