De laatste jaren is er veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de oorzaken van burn-out. Er is echter nog weinig bekend over de oorzaken hiervan. Een chronisch teveel aan inspanning (bijvoorbeeld te hard werken) in combinatie met een tekort aan herstel blijkt een belangrijke risicofactor. Tevens blijkt uit onderzoek dat niet uitgesloten mag worden dat biochemische factoren van invloed zijn bij het ontstaan van burn-out. Met name stoornissen in de neurotransmitters (waarbij een verlaagd serotonineniveau een rol kan spelen) van de hersenen zijn mogelijk van belang.

Een burn-out ontwikkelt zich volgens een vast patroon: eerst is er een (jaren)lange periode van langzaam ziek worden, daarna volgt de uitputting. In die fase wordt meestal hulp gezocht. Uiteindelijk volgt een periode van herstel. Hoe lang de periode van herstel duurt, hangt af van hoe lang iemand zichzelf overbelast heeft.