Als we naar het (Q-)EEG van mensen met angststoornissen kijken, zien we vaak dat er sprake is van 'overprikkeling' en dan met name in de rechter en (pre)frontale hersengebieden. Dat wil zeggen dat er relatief te veel snelle activiteit wordt gemeten; veel bèta-activiteit. Dit is een bekend fenomeen bij kinderen of volwassenen met angststoornissen. Mensen met angst zijn als het ware overalert. De samenwerking tussen de hersenhelften is ook van belang. Regelmatig is er een balansstoornis tussen de linkerhersenhelft en de rechterhersenhelft. Bij angststoornissen zien we vaak te veel snelle hersengolven in de rechterhersenhelft.