Cliënten die lijden aan paniekaanvallen of angstklachten kunnen met behulp van neurofeedback hun episodes waarin ze last hebben van overmatige angst beter onder controle krijgen. Bovendien komen de aanvallen langzamerhand minder vaak voor en worden ze minder heftig. Het maakt daarbij niet uit van welke subtype angststoornis sprake is; de behandeling wordt precies afgestemd op de verstoring die in het (Q-)EEG wordt gevonden. Hierdoor reageren zowel mensen met overactiviteit (relatief te veel bèta-activiteit) als mensen met onderactiviteit (een overschot aan theta-activiteit) goed op een behandeling met neurofeedback.