Slaap:
een dynamische activiteit
Tot aan de 50-er
jaren van de afgelopen eeuw werd algemeen aangenomen dat de slaap
niets anders was dan een passieve rusttoestand, die deel uitmaakte
van ons dagelijks leven.
Vandaag de dag begrijpen we dat de hersenen tijdens de slaap juist
heel erg actief zijn.
Sterker nog, slaap beïnvloedt ons dagelijks functioneren en
ons fysiek en mentaal functioneren op vele verschillende manieren,
die we nu stap voor stap voor stap beginnen te begrijpen.
Neurotransmitters,
chemische stoffen waarmee onze hersenen communiceren, bepalen of
we slapen danwel waken, door verschillende groepen zenuwcellen,
ook wel neuronen genoemd, te beïnvloeden. De neuronen in de
hersenstam, het deel van de hersenen waarmee de hersenen in verbinding
staan met het ruggenmerg, produceren neurotransmitters zoals serotonine
en noradrenaline die bepaalde hersendelen actief houden terwijl we
in waaktoestand verkeren. Andere hersendelen van de hersenstam
worden juist actief als we in slaap vallen. Deze laatste groep hersencellen
lijken de ‘schakelaars’ te zijn van die neuronen die
ons wakker houden. Onderzoek laat zien dat een bepaalde stof, die
adenosine wordt genoemd, geleidelijk opbouwt in het bloed wanneer
we wakker zijn en waardoor slaperigheid wordt veroorzaakt. Het niveau
van adenosine in het bloed neemt vervolgens weer af als we slapen.
De slaap bestaat uit vijf verschillende slaapstadia, die weer onderverdeeld kunnen worden in nonREM- (stadium 1 t/m 4) en REM-slaap; ook wel droomslaap genoemd. REM is de afkorting van 'Rapid Eye Movements', wat 'snelle
oogbewegingen' betekent.
De opeenvolging van deze vijf stadia vormt één slaapcyclus. De volwassen mens doorloopt per nacht vier à vijf van deze slaapcycli, met een totale duur van gemiddeld zeven tot acht uur. Deze bestaat voor ongeveer 50% uit slaapstadium 1 en 2 (lichte slaap), ongeveer 20% slaapstadium 3 en 4 (diepe slaap) en 25% REM-slaap. Kinderen
brengen ongeveer 50% van hun slaap door in de REM-slaap.
Gedurende slaapstadium
1, de lichte slaap, schommelen we tussen waken en slapen en worden
we makkelijk wakker. De ogen bewegen daarbij uiterst traag en de
spieractiviteit in het lichaam neemt af. Als iemand gedurende slaapstadium
1 wakker wordt gemaakt dan herinnert deze persoon zich vaak gefragmenteerde
visuele voorstellingen (een geheugen in beelden). Gedachten gaan als het ware over in dromen. Regelmatig worden
in dit eerste stadium ook wat onwillekeurige spiertrekkingen in armen of benen ('hypnic jerks') gezien
of zelfs gevoeld. Deze spierschokjes
worden nogal eens voorafgegaan door de sensatie (het gevoel) van
‘vallen’. De bewegingen zijn vergelijkbaar met het ‘opspringen’
als iemand je plotseling wat laat schrikken.
Binnen slaapstadium
2 stoppen de trage oogbewegingen en de hersenactiviteit (gemeten
met het elektroëncefalogram oftewel 'EEG' - een hersenfilmpje)
vertraagt nog verder. In dit tweede slaapstadium treden gedurende
korte periodes in het EEG zogenaamde ‘sleep spindles’ op van snellere en meer uitgesproken hersenactiviteit.
In slaapstadium 3 wordt de hersenactiviteit nog trager; er wordt dan veel zogenaamde Delta-activiteit (0,5-3 Hz hersenactiviteit) waargenomen. Slaapstadium 4 wordt vrijwel alleen nog gekenmerkt door Delta-activiteit in het EEG.
Het kost enige
moeite om iemand in slaapstadium 3 of 4 wakker te maken. Deze stadia
worden daardoor in de volksmond ‘de diepe slaap’ genoemd.
In deze slaapstadia worden er geen oogbewegingen of spieractiviteit
waargenomen. Wordt iemand in deze stadia wakker gemaakt dan duurt
het vaak even voor hij of zij ‘echt wakker’ is. Vaak
voelt de ontwakende persoon zich dan ook de eerste minuten nog slaapdronken
en wat gedesoriënteerd.
Vooral kinderen kunnen tijdens stadia 3 en 4 van de slaap last hebben van
bedplassen, nachtmerries of slaapwandelen.
Als slaapstadium
4 overgaat in de REM-slaap verandert de ademhaling. Deze wordt wat
sneller, onregelmatiger en oppervlakkiger. De ogen gaan zich sneller
bewegen en draaien in allerlei richtingen. Onze ledematen worden
tijdelijk slap. De hartslag neemt toe, de bloeddruk stijgt wat en
bij mannen doen zich peniserecties voor. Wordt iemand in de REM-slaap
wakker gemaakt dan herinnert hij of zij zich vaak bizarre en onlogische
verhalen, die we dromen noemen.
De eerste REM-slaap treedt gewoonlijk 70 tot 90 minuten na het inslapen op. Een volledige slaapcyclus duurt
gemiddeld 90 tot 110 minuten. De eerste cycli van de slaap bevatten
gewoonlijk slechts korte perioden van REM-slaap en langere perioden
van de stadia 3 en 4. Gedurende de nacht worden de perioden van
REM-slaap geleidelijk wat langer waarbij de lengte van stadia 3
en 4 afneemt. Tegen de ochtend bestaat bij de meeste mensen de slaap
uit de stadia 1, 2 en de REM-slaap.
Nadat er een aantal minuten is geslapen, heeft men in de meeste
gevallen geen herinneringen meer van de laatste paar minuten die
net aan het in slaap vallen voorafgingen. Deze vorm van slaapgerelateerd
geheugenverlies is er de oorzaak van dat mensen nachtelijke telefoontjes
de dag daarop kunnen zijn vergeten. Ook zorgt dit aan de slaap gerelateerde
(en dus normale) geheugenverlies ervoor dat we ons het daadwerkelijk
(en dus echt wel) afgaan van de wekker niet meer kunnen herinneren
als deze ‘snel’ werd uitgezet toen ze afging en we snel
daarop weer in slaap zijn gevallen.
(van de redactie: Wel leuk om te weten is dat mensen die nog
al eens (graag) mopperen op hun wekker deze vaak erg dichtbij zich
hebben staan. Hierdoor is met een heel eenvoudige (en weinig inspanning
kostende) beweging de wekker uit te zetten (als in een soort reflex).
Deze handeling gaat zo snel en kost zo weinig inspanning dat de
persoon er ‘nauwelijks wakker van wordt’ en dus weer
heel snel in slaap valt. Met als gevolg dat men zich niet meer herinnert
dat de wekker echt wel is afgelopen. Wordt de wekker wat verder
weggezet (er moet meer activiteit worden verricht: de actie ‘wekker
uitzetten’ duurt wat langer), dan doet die ‘vervelende wekker’
ineens veel beter dienst. Met andere woorden: men is wakker
genoeg geworden om zich het afgaan van de wekker wel te herinneren.
Aangezien waken
en slapen beïnvloed worden door neurotransmitters ('signaal'stoffen
in onze hersenen), hebben bepaalde voedingsstoffen en/of medicijnen
die deze neurotransmitterbalans (kunnen) veranderen invloed op
hoe wakker of slaperig we ons voelen, of hoe goed we slapen.
Dranken
die cafeïne bevatten en bepaalde medicijnen en diëetpillen
stimuleren bepaalde hersendelen en kunnen daardoor inslaapproblemen
of zelfs slapeloosheid veroorzaken.
(van de redactie: Juist om deze reden is het van belang om de
bijsluiters van medicijnen goed te lezen en bestuderen. De apotheker
plakt om die reden ook gele stickers op de verpakking van medicijnen
die een dergelijk effect kunnen veroorzaken; bijvoorbeeld bij medicijnen
die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden.)
Veel antidepressiva onderdrukken de REM-slaap. Zware rokers slapen
vaak licht en hebben een verminderde hoeveelheid aan totale REM-slaap.
Ook hebben ze de neiging om na circa drie tot vier uur slaap te ontwaken
als gevolg van de nicotine-onthouding. Veel mensen die last hebben
van inslaapproblemen proberen dit op te heffen met alcohol: het
zogenaamde 'slaapmutsje'. Alhoewel alcohol wel wat kan helpen
bij het in slaap vallen zorgt het er echter ook voor dat de
REM-slaap in de eerste helft van de nacht onderdrukt wordt! Men valt dan wel
gemakkelijk(er) in slaap, maar als de alcohol uitgewerkt is schiet men wakker waarna een onrustige slaap volgt met juist veel droomslaap. Uiteindelijk slaapt men dus juist (toch) minder goed!
Tijdens de REM-slaap
is het voor het lichaam wat moeilijker om de lichaamstemperatuur
op niveau te houden. Abnormale temperaturen (zowel bij extreme warmte
als koude) kunnen daardoor dit slaapstadium verstoren. Als de REM-slaap
verstoord wordt dan volgt meestal de daaropvolgende nacht
een wat aangepaste slaapcyclus. In plaats van geleidelijk van lichte
naar een steeds diepere slaap over te schakelen zien we dan dat
meteen na het inslapen de hersenen overgaan in het REM-stadium en
dat de voorkomende REM-slaapstadia langer zullen duren. Zodoende
wordt er een inhaalslag gemaakt om de eerder ‘gemiste’
REM-slaap weer te compenseren.
Mensen die onder
narcose zijn of in coma liggen lijken vaak te slapen. Ze kunnen
echter niet meer ‘gewoon’ wakker gemaakt worden. Daarnaast
vertoont de hersenactiviteit dan niet de complexe hersenactiviteit
en cycli zoals die tijdens de normale slaap worden waargenomen. De
hersenactiviteit bij narcose en coma is daarentegen uiterst traag
en vaak zwak, soms is het zelfs erg moeilijk om de hersenactiviteit
dan nog waar te nemen.
Een
minicursus 'De Slaap Begrijpen'
Slaap:
een dynamische activiteit
Hoeveel slaap hebben we nodig?
Wat doet de slaap?
Dromen en de REM-slaap
Slapen en de biologische
klok
Slaap
en ziekte
Slaapstoornissen
De toekomst
Tips voor een goede
nachtrust
|