Wat is PDD ?
Oorzaken
Neurofeedback en PDD
PDD en de hersenen
PDD en het QEEG
Cliëntenervaringen
Voorbeeld van een neurofeedback behandeling bij PDD-NOS
Wat is PDD (Autistische Stoornis, PDD-NOS en Syndroom van Asperger)
PDD is de afkorting van Pervasive Development Disorders en wordt in het Nederlands ook wel een pervasieve ontwikkelingsstoornis genoemd. Het is een overkoepelende naam voor stoornissen uit het autismespectrum, waaronder de Autistische Stoornis, PDD-NOS (Pervasive Developmental Disorder-Not Otherwise Specified) en het Syndroom van Asperger. Bij zowel autisme, PDD-NOS als het Syndroom van Asperger zijn er kwalitatieve tekortkomingen in de sociale interactie, beperkingen in de communicatie en kunnen zich herhalende stereotiepe gedragingen in gedrag, belangstelling en activiteiten voordoen. Er bestaan problemen op het gebied van het sociaal inlevingsvermogen. Zowel kinderen als volwassen met PDD-NOS, het Syndroom van Asperger als lichte vormen van autisme kunnen baat hebben bij Neurofeedback.
Oorzaken
Autisme en aan autisme verwante stoornissen, zoals PDD-NOS en het Syndroom van Aperger, zijn ontwikkelingsstoornissen. Het zijn neuropsychiatrische aandoeningen, die kunnen ontstaan op basis van (a) genetische en (b) prenatale exogene factoren (wordt hieronder uitgelegd). Het vermoeden is dat er sprake is van een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen.
a) Genetische factoren; de genetische bijdrage aan het ontstaan van het autistisch syndroom wordt op ongeveer 90% geschat. Familieonderzoeken wezen uit dat de kans dat broers of zussen van autistische kinderen eveneens autistisch zijn ongeveer 2 tot 4,5% is, 100 keer hoger dan in het algemeen. Als van een eeneiige tweeling er eentje autistisch is er 37-91% kans dat de ander ook autistisch is. Bij een twee-eiige tweeling is deze kans minder dan 1%.
b) Prenatale exogene factoren: bij mensen met een autistiforme aandoening bestonden meer dan gemiddeld nadelige invloeden gedurende de zwangerschap. Denk hierbij aan bloedingen in het tweede trimester van de zwangerschap, infecties bij de moeder en medicatiegebruik van de moeder tijdens de zwangerschap.
Neurofeedback en PDD
Behandelresultaten
Veel kinderen of volwassenen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis hebben baat bij neurofeedback. Van neurofeedback kan niet verwacht worden dat het de basale defecten verhelpt die aan de ontwikkelingsstoornis ten grondslag liggen. Maar net als medicatie bij autisme of aanverwante stoornissen kan helpen om gedrag thuis, op school en sociale situaties beter hanteerbaar te maken, is dat ook wat van neurofeedback verwacht kan worden. Vaak hebben mensen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis last van angst, stress en piekeren rondom allerlei dagelijks terugkerende situaties, zoals school, werk en sociaal functioneren. Neurofeedback helpt om meer ontspanning en rust te ervaren, stressvolle situaties makkelijker te hanteren en meer zelfvertrouwen te voelen in het algemeen functioneren. Eventuele concentratieproblemen kunnen verminderen. Ouders van kinderen met een pervasieve ontwikkelingsstoornis melden ook wel verbeteringen in het contact en ook leerkrachten rapporteren verbeteringen in het meekomen op school.
PDD en de hersenen
Hoewel er veel overlap is tussen autisme, PDD-NOS en het Syndroom van Asperger, zijn er ook verschillen. Bijvoorbeeld bij autisme is er vaak een vertraging in de taal. Uit intelligentieonderzoek blijkt dan geregeld ook, dat bij hoog functionerende autisten de performale (visueel-ruimtelijke) capaciteiten beter zijn ontwikkeld dan de verbale capaciteiten. Bij mensen met het Syndroom van Asperger zijn juist de talige capaciteiten beter ontwikkeld dan de performale capaciteiten. PDD-NOS is een erg heterogene groep, er zit veel variatie in de klachten en de ernst ervan, waardoor het moeilijker is om algemene uitspraken te doen over het te verwachten capaciteitenniveau.
In het algemeen geldt dat het voor kinderen en volwassen met autisme, PDD-NOS of het Syndroom van Asperger, moeilijk is om te plannen, flexibel te denken, te anticiperen op consequenties van gedrag en automatische impulsen te onderdrukken. Dit zijn functies van de prefrontale (voorste) hersengebieden. Autisten blijken het dan ook significant slechter te doen op taken die een beroep doen op deze frontale hersenfuncties, ook wel executieve functies genaamd.
Een ander belangrijk aspect wat is onderzocht bij autisme en het Syndroom van Asperger is de waarneming van gezichten en emotionele gezichtsexpressies. Steeds meer onderzoekers leveren bewijs voor het idee dat individuen met autisme en het Syndroom van Asperger op een andere manier gezichten waarnemen dan de gemiddelde populatie. Ze zouden gezichten op dezelfde wijze waarnemen als de wijze waarop ze objecten waarnemen. Dit terwijl de waarneming van gezichten in principe een ander proces in de hersenen beslaat dan het waarnemen van emotionele gezichtsexpressies. De rechter hersenhelft speelt een belangrijke rol in de waarneming van gezichten en emotionele gezichtsexpressies. Het vermoeden is dan ook dat problemen in het functioneren van de rechter hersenhelft mede ten grondslag ligt aan de pervasieve ontwikkelingsstoornissen.
PDD en het QEEG
Afhankelijk van welke klachten op de voorgrond staan, zijn er specifieke patronen in het QEEG te verwachten. Als planningsproblemen, anticipatieproblemen met betrekking tot consequenties van gedrag, problemen in de impulscontrole of concentratieproblemen op de voorgrond staan, dan worden in het QEEG vaak in de voorste hersengebieden (frontaal en prefrontaal) afwijkingen gezien. De problemen kunnen zich zowel uiten in overactiviteit als onderactiviteit (zie figuur 1).


Figuur 2.
Als de voornaamste klachten meer gerelateerd zijn aan heel prikkelgevoelig zijn, worden ook wel pariëtaal bijzonderheden in het QEEG gezien. Dat komt omdat pariëtale hersenstructuren die binnenkomende informatie verwerken en integreren. Veelal is er bij pervasieve ontwikkelingsstoornissen sprake van een verhoogd angstniveau, waarbij met name in de rechterhersenhelft en pariëtaal een verhoging van snelle hersenfrequenties kan worden waargenomen.
Ouders van Hugo:
Onze zoon Hugo heeft PDD-nos. Hij zit op het speciaal onderwijs, PI De Brug in Leiden.
Voordat we begonnen met de training, had Hugo vaak last van geluiden en drukte om zich heen. Vooral feestjes met muziek, veel pratende mensen, en waarbij ook iedereen door elkaar liep, waren vervelend voor hem. Zelfs al tijdens de training zagen wij verandering in zijn gedrag, hij was rustiger op feestjes en kon er zelfs na een aantal keren van genieten.
Verder gaat het concentreren op school ook veel beter, hij wordt minder gestoord door geluiden of bewegingen van andere kinderen in de klas, ook als zij klaar zijn met hun taak werkt hij rustig door.
Hij laat een rustiger, evenwichtiger kind zien, dat veel beter kan omgaan met veranderingen in de plannen die wij met hem maken, of met dingen die op school anders lopen dan vooraf verteld.
Ook kan hij zich beter uiten, waardoor hij in een gesprek een gezellige partner is geworden, terwijl voorheen de woorden "uit hem getrokken" moesten worden.
Dit zal ervoor zorgen dat hij een leuker leven heeft, want interactie tussen mensen kan alleen plaatsvinden als je bereid bent te converseren! Zonder dat wordt je eenzaam en alleen. Uiteraard kan PDD-nos niet genezen en blijft hij gebaat bij veel structuur en regelmaat, net als elk kind, maar hij heeft duidelijk een grote verandering doorgemaakt, een verandering die ook de kwaliteit van zijn leven later ten goede zal komen.
Ouders van Jan:
Na verhuizing en een reeks van verlies- en traumatische ervaringen kreeg onze zoon hevige angstklachten. Zijn gedrag uitte zich in ernstige excessen: verbaal en fysiek. Op grond van de gevonden (herkenbare) patronen in het Q-EEG werd de behandeling neurofeedback gestart.
Na 10 sessies waren de angsten dusdanig verminderd, dat de geplande gezinsvakantie doorgang kon hebben, Jan werd rustiger en reageerde niet meer zo explosief. Na 20 behandelingen zijn de angsten verdwenen, reageert hij stabieler op stresssituaties en heeft hij meer zelfreflectie en zelfcontrole. Hij is rustiger, ontvankelijker en kan weer genieten van het leven. Daarnaast zien we een toename in het vermogen tot integreren. Hij heeft meer overzicht en houvast; ‘Het kwartje lijkt te vallen’.
Naast verdere positieve verwachting van de behandelingen zien we neurofeedback als ondersteunend voor verdere groei, zowel vanuit de professionele zijde als spontaan vanuit de groepen waarin Jan de sociale interacties krijgt aangeboden.
Ouders van Tjerk:
Tjerk is twaalf en heeft het syndroom van Asperger. Hij had moeite met plannen, had weinig overzicht in onduidelijke situaties en was overprikkeld. Ook had hij vaak last van driftbuien. Na de behandeling is zijn concentratie verbeterd, is hij minder vergeetachtig, voelt zich rustiger in zijn hoofd en heeft minder last van stemmingswisselingen. Hij gaat numet plezier naar zijn nieuwe school en is thuis rustiger.
Moeder van Jasper:
Ons zoontje van 10 jaar heeft autisme. Hij heeft dagelijks last van woede-aanvallen, waarbij hij slaat en schreeuwt. Dit heeft hij altijd al gehad en gebeurt vaak op momenten dat er dingen gebeuren die hij niet verwacht had. We zijn met Neurofeedback begonnen, omdat we geen medicijnen voor dit gedrag wilden geven. Na een paar sessies merkten we thuis dat Jasper veel rustiger was na de behandeling. Zijn boosheid kwam minder vaak voor en als hij boos werd was dit minder hevig. Na 30 sessies zijn we gestopt met de behandeling. We zijn erg tevreden met zijn vooruitgang: hij wordt minder vaak boos en als hij boos wordt is dit minder hevig en minder lang en kan hij makkelijker aangesproken worden.
Moeder van Maaike:
Onze dochter is 9 jaar. Ze heeft het syndroom van Asperger en ze heeft heel veel moeite met in slaap vallen. Vaak komt dit omdat ze ’s avonds nog heel druk bezig is met dingen die ze graag wil doen, ze kan dan niet stoppen en staat steeds weer op om bijvoorbeeld iets te knutselen. Ze is 32 keer naar de Neurofeedback geweest. Ze benaderden haar heel positief waardoor ze er elke keer met plezier heen ging. Het eerste wat we merkten is dat ze makkelijker haar gevoelens ging uitdrukken. Eerst vertelde ze heel weinig van wat ze op school meegemaakt had, maar dit ging ze steeds meer doen. Haar inslapen verbeterde ook. Het lijkt alsof ze minder druk is in haar hoofd waardoor ze beter kan inslapen en haar dingen kan laten liggen. Ze is nu ook minder vaak moe overdag, wat een grote vooruitgang is. Ook de leerkracht op school merkt dat Maaike meer open staat voor gesprekjes en dat ze meer open staat voor sociale situaties op school.
Ouders van Boris:
Onze zoon is in januari gestart met Neurofeedback. Hij heeft veel moeite om zijn impulsen onder controle te houden, waardoor hij heel snel boos wordt en kan ontploffen. Meestal gebeurt dit thuis, maar soms ook op school. Hij heeft PDD-NOS en daardoor is het voor hem moeilijk om prikkels goed te verwerken. We hebben al veel begeleiding gehad, maar de woede-aanvallen blijven steeds weer terugkomen. Al snel na de start van de training merkten we dat de scherpe kantjes van zijn impulsieve gedrag eraf gingen. Hij heeft veel minder vaak woede-aanvallen en als hij een woede-aanval heeft kan hij er beter mee omgaan.
Ook heeft hij veel minder vaak ruzie met andere kinderen, waardoor vaker kinderen bij ons thuis komen spelen, wat hij natuurlijk super leuk vindt. We merken ook dat hij veel beter inslaapt sinds hij Neurofeedback heeft. Hij is nu klaar Neurofeedback en heeft nu weer lekker veel vrije tijd waarin hij met andere kinderen kan spelen.
Voorbeeld van een neurofeedback behandeling bij PDD-NOS
Bekijk de presentatie
Voor meer informatie surft u naar www.neurofeedback.nl