Neurofeedback Instituut


     
DIAGNOSTIEK > MEDICATIEADVIES > OORSPRONG >

De oorsprong van Referenced-EEG®

Sinds jaren hebben psychiaters pogingen gedaan om het EEG als fysiologisch correlaat in te zetten voor diverse psychiatrische aandoeningen. In de jaren ’70 is het EEG gedigitaliseerd en werd het mogelijk gemaakt om dit te transformeren naar een kwantitatieve analyse (Q-EEG). Een Q-EEG maakt het mogelijk de hersenactiviteit van een individu te vergelijken met die van een grote (al dan niet klachtenvrije) leeftijdsgerelateerde controlegroep (Duffy et al. 1979; John et al., 1977).
Effecten van medicatie op de hersenactiviteit (EEG) zijn bekend voor een breed scala aan middelen, zoals antidepressiva, benzodiazepinen, stimulantia, antipsychotica, lithiumzouten en anticonvulsiva. Deze typen medicatie en de dosering ervan hebben een specifiek effect op verschillende componenten in het EEG, zijn reversibel bij het staken van de betreffende medicatie, zijn meetbaar bij verschillende psychiatrische beelden én bij klachtenvrije proefpersonen.

Eerdere pogingen waarbij het EEG gebruikt werd om de meest passende psychomedicatie in te zetten, bleken niet succesvol. Een belangrijke reden is dat deze onderzoeken geen rekening hielden met technische en methodologische eigenschappen van het EEG en de afname daarvan (Nuwer, 1997).  Hierdoor bleken de uitkomsten van dergelijke onderzoeken niet consistent, waardoor substantiële kritiek op het EEG als hulpmiddel in de psychiatrie het gevolg was. Een andere belangrijke reden betrof het gebrek aan medicatie-vrije EEG’s van patiënten en medicatie-vrije EEG’s van klachtenvrije, gezonde controlepersonen in de onderzoeken. Zulke EEG’s zijn in dergelijke onderzoeken belangrijk om na te gaan of de medicatie effect heeft op de hersenactiviteit en of er een verband is tussen de medicatie-gerelateerde veranderingen in hersenactiviteit en klinische veranderingen bij de patiënt.
In de onderzoeken waarin wel medicatie-vrije EEG’s als baseline gebruikt werden, vonden de onderzoekers unieke kenmerken in het Q-EEG die het in te stellen medicatiebeleid kunnen voorspellen. Deze onderzoeken lieten significante verschillen in het Q-EEG zien binnen dezelfde psychiatrische aandoeningen.  Hiermee werd aangetoond dat binnen hetzelfde psychiatrische beeld verschillende subtypen in het Q-EEG bestaan en daarmee de mogelijkheid dat patiënten, ondanks hetzelfde psychiatrische ziektebeeld, anders kunnen reageren op de psychomedicatie. Bepaalde patronen in de hersenactiviteit, waarneembaar met een (Q-)EEG, zouden dus de meest effectieve psychomedicatie kunnen voorspellen.

De afgelopen twintig jaar hebben verschillende professionals uit verschillende disciplines (wetenschappers, artsen, therapeuten en zelfs juristen) bijgedragen aan het verbeteren van deze technologie.

Disclaimer | Privacy
  Neurofeedback Instituut NL